Kinderkruisweg op Goede Vrijdag 21 maart 2008
St. Josephkerk Hoensbroek
 
Op goede vrijdag 21 maart 2008 hebben diverse kinderen uit Hoensbroek een levende kruisweg uitgebeeld. Onder leiding van kapelaan Vankan en juffrouw Hilde Stribos en met hulp van vele anderen, hebben de kinderen dit de afgelopen weken ingestudeerd. Kapelaan Vankan zorgde voor de teksten en de overwegingen bij elke statie. Deze teksten werden voorgelezen door drie vormelingen van dit jaar.
Hieronder de kruisweg van deze Goede Vrijdag.
Voor een (foto)impressie van de activiteiten om de kruisweg heen klik op de link : Naar de algemene fotos.
 

Eerste statie: Jezus wordt ter dood veroordeeld.


In het land van Jezus waren de Romeinen de baas. Het land werd bestuurd door een man die Pontius Pilatus heette. Hij was de baas van het land. Jezus staat nu bij Pilatus, omdat Pilatus moet beslissen wat er met Jezus zal gaan gebeuren. Jezus was namelijk gevangen genomen, omdat Hij zei dat Hij de Zoon van God was. Pilatus wil Hem eigenlijk vrij laten omdat hij niets kwaad ziet in Jezus. Maar de mensen op het plein schreeuwen: “Jezus moet aan het kruis!” Uiteindelijk doet Pilatus wat de mensen vragen en zo moet Jezus aan het kruis sterven.

 

Pilatus is bang en durft niet uit te komen voor zijn eigen mening. Soms zijn ook wij bang, omdat we het belangrijk vinden wat anderen van ons vinden. Dan zeggen we wel eens dingen waar we spijt van krijgen.
 

De tweede statie: Jezus neemt het kruis op zijn schouders
 

Twee soldaten brengen het zware kruis dat Jezus moet gaan dragen. Ook brengt nog iemand een plankje dat aan het kruis moet worden vastgemaakt zodat iedereen kan zien wie er aan dat kruis hangt. Op het plankje staat: Jezus van Nazareth, Koning van de Joden.

 

Er zijn momenten dat we ziek kunnen worden, of verdriet hebben. Verdriet omdat we gepest worden. Verdrietig omdat iemand is dood gegaan. Lieve Jezus help ons met die dingen die wij in ons leven moeilijk vinden.
 

De derde statie: Jezus valt voor de eerste maal onder het kruis
 

Jezus moet het zware kruis helemaal alleen dragen. En daar komt nog bij dat hij niet op een gewone rechte weg loopt, maar hij moet met het kruis de berg oplopen. Dan wordt het kruis te zwaar voor Jezus en Hij valt. De soldaten zijn niet vriendelijk tegen Jezus en ze zeggen dat Hij z’n  kruis maar vlug moet oprapen en moet doorlopen. Jezus doet wat de soldaten Hem zeggen.

 
Wij willen bidden voor alle mensen die een zwaar kruis moeten dragen. Voor de zieken, de armen, de eenzamen, voor hen die verdriet hebben en voor zo vele anderen die het moeilijk hebben. Help hen Heer, en laat ze aan U denken.
 


De vierde statie: Jezus ontmoet zijn bedroefde moeder
 

Onderweg naar de top van de berg, komt Jezus zijn moeder Maria tegen. Maria heeft heel veel verdriet wanneer ze Jezus ziet, Hij is toch haar eigen kind. En nu moet Hij helemaal alleen het zware kruis dragen. Langs de kant van de weg staan niet zo veel mensen. Maria staat daar wel. Zij wil tot het laatst toe bij Jezus blijven en voor hem zorgen zoals iedere moeder dat doet voor haar kind.

 

Heer, wij willen sorry tegen u zeggen voor die momenten waar we onze ouders verdriet hebben gedaan. Help ons ook om aan Maria, de moeder van Jezus te blijven denken.
 


De vijfde statie: Simon van Cyrene helpt Jezus zijn kruis te dragen
 

De soldaten zien dat Jezus het kruis erg zwaar vindt en dat hij steeds langzamer gaat lopen.  Toevallig staat er een man langs de kant die Jezus ziet knokken om het kruis niet nog eens te laten vallen. Zijn naam is Simon van Syrene. Hij komt net van het land, waar hij werkt als boer. Een van de soldaten roept tegen die man: “Hé jij daar, help jij deze man eens om het kruis te dragen.” Simon doet wat de soldaten hem vragen en pakt het kruis achteraan vast. Nu hoeft Jezus zijn kruis niet meer alleen te dragen.

 
Ook van ons wordt wel eens gevraagd om anderen te helpen. Wij hebben daar niet altijd zin in. Leer ons om het toch te doen, uit liefde voor U en natuurlijk om die ander z’n last lichter te maken.
 

De zesde statie: Veronica droogt het gezicht van Jezus af
 

Door het dragen van dat zware kruis lopen de zweetdruppels over de wangen van Jezus zijn gezicht. Een vrouw die Veronica heet, ziet het zwetende gezicht van Jezus. Veronica heeft  medelijden met Jezus. Zij pakt een zakdoek uit haar zakken en loopt naar Jezus toe. Een soldaat wil haar tegenhouden, maar Veronica loopt gewoon door en trekt zich er niks van aan. Voorzichtig droogt zij het gezicht van Jezus af. Jezus zegt niets, maar aan zijn ogen ziet Veronica dat hij dank je wel wil zeggen. Daarna loopt Jezus weer verder met het zware kruis de berg op.

 
Laat ons ook opkomen voor de mensen die zwak zijn en hulp nodig hebben. Wij kunnen zo vaak iets goeds doen voor anderen. Laten we elkaar helpen, en niet elkaar pesten of buiten sluiten thuis, op school of met sporten.
 

De zevende statie: Jezus valt voor de tweede maal onder het kruis
 

Ze hebben al een heel stuk gelopen, maar zijn nog steeds niet op de plaats van bestemming.  Zoals je weet was Jezus al een keer gevallen, maar het kruis is zo zwaar dat Jezus nu weer valt. Maar toch staat Jezus weer op en draagt zijn kruis verder de berg op.

 

Helpt u ons om, net als U, vol te houden wanneer we iets moeilijk vinden.
Wilt u alle mensen troosten die nu veel moeten lijden. Laat hen merken dat U dicht bij hen bent.
 

De achtste statie: Jezus troost de wenende vrouwen
 

Onderweg ontmoet Jezus ook een groepje vrouwen. De vrouwen zijn aan het huilen. Jezus ziet de huilende vrouwen en ondanks zijn eigen pijn en verdriet gaat Hij de vrouwen troosten. Daarna loopt hij met het zware kruis weer verder. Het kruis begint langzamerhand erg pijn te doen op zijn schouders. De tranen staan in zijn ogen, maar ondanks dat loopt hij verder de berg op.

 

Wij vinden het niet altijd gemakkelijk om het goede te blijven doen. Als wij iets verkeerds hebben gedaan, laat ons dat dan inzien en laat ons spijt hebben van wat we gedaan hebben. Wilt U het ons dan weer vergeven? En wanneer iemand ons iets heeft aangedaan, laat ons dan die ander vergeven.
 

De negende statie: Jezus valt voor de derde maal onder het kruis
 

Hoe hoger Jezus op de berg komt, des te zwaarder wordt het dragen van zijn kruis.  Bovendien is het erg warm. Het is rond de middag en de zon staat hoog aan de hemel. Jezus valt nu voor de derde keer, maar nu is hij echt helemaal uitgeput. Hij valt dan ook languit neer en kan gewoon niet meer verder. Maar dan gebeurt er iets wat niemand had verwacht. Jezus staat weer op. Hij pakt toch zijn kruis weer op zijn schouders en gaat het laatste stukje van de berg op. Dat Jezus pijn heeft kun je zien aan zijn gezicht.
 

De tiende statie: Jezus wordt van zijn kleren beroofd
 

Na een lange, zware kruisweg, is Jezus nu aangekomen boven op de berg. De naam van de berg is Golgotha. Veel mensen moeten lachen om Jezus, omdat Hij had gezegd: “Ik ben de Zoon van God.” Ook de soldaten lachen hem uit en om hem extra te pesten, trekken ze Jezus de kleren uit. Omdat het zo’n mooi kleed is, dobbelen de soldaten erom. Ook hier heeft Jezus heel veel verdriet van. Jezus blijft stil voor zich uit staren en houdt zich groot, maar binnen in zijn hart voelt Jezus heel veel pijn.

 

Alles wordt U afgenomen, maar U bent bereid alles weg te geven, U houdt niets meer voor Uzelf. Leer ons ook om niet alleen aan onszelf te denken. Help ons vooral om te geven aan mensen die het slechter hebben dan wij.
 

De elfde statie: Jezus wordt aan het kruis genageld
 

Jezus heeft nu alleen nog maar een doek om zijn middel. De soldaten dwingen hem om op het kruis te gaan liggen. Maria staat er ook bij en ziet dat Jezus is overgeleverd in de handen van de soldaten. Zij kan niets meer doen, alleen nog maar bij Jezus blijven en voor hem bidden.  Met een aantal spijkers wordt Jezus aan het kruis geslagen. De soldaten doen Jezus heel veel pijn. Jezus huilt. Een van de soldaten hangt het bordje aan het kruis met de tekst: Jezus uit Nazareth, Koning van de Joden.

 

Laat ons nooit anderen pijn doen en laat alle mensen die anderen geweld aan doen meteen ophouden, zodat er vrede komt tussen de mensen.
 

De twaalfde statie: Jezus sterft aan het kruis
 

Het kruis van Jezus wordt rechtop gezet. Naast hem staan nog twee andere kruisen met twee moordenaars eraan. Onder het kruis van Jezus staat Maria, zijn moeder, en Johannes, zijn lievelingsapostel. Jezus zegt tegen de soldaten dat Hij dorst heeft en nu zijn de soldaten toch zo vriendelijk om hem iets te drinken te geven. Jezus zegt tegen zijn moeder en tegen Johannes dat zij samen goed voor elkaar moeten zorgen als Hij er niet meer is. Dan wordt het plotseling heel erg donker. De mensen kijken gespannen naar wat er gaat gebeuren. Dan spreekt Jezus zijn laatste woorden, hij zegt: “Het is volbracht.” Jezus buigt zijn hoofd en sterft aan het kruis.

 

Wij kunnen niets anders zeggen dan: “Dank U voor uw liefde voor ons. Ook wij willen onze liefde aan U schenken door trouw te blijven aan U en te geloven in U.  Dank U, dat U voor ons gestorven bent, om ook ons van onze zonden te verlossen.”
 

De dertiende statie: Jezus wordt van het kruis afgenomen
 

Nadat Jezus aan het kruis is gestorven, wordt zijn lichaam van het kruis afgehaald. Maria heeft Jezus nu weer in haar armen, net zoals zij hem in haar armen had toen Hij pas geboren was in Bethlehem. Nu is Jezus dood en Maria heeft heel veel verdriet.

 

Wilt U alle mensen troosten die veel verdriet hebben om de dood van iemand van wie ze veel houden. Laat wij blijven bidden voor onze overledenen, en hen insluiten in onze harten.
 

De veertiende statie: Jezus wordt in het graf gelegd
 

Om het dode lichaam van Jezus goed te verzorgen, wordt zijn lichaam ingesmeerd met olie en daarna in doeken gewikkeld. Daarna wordt Jezus naar een nieuw graf gebracht. Het graf van Jezus is gemaakt in een rots. Jezus wordt in het graf gelegd. Maria en Johannes staan erbij te bidden. Daarna gaan zij weg. Om het graf goed af te sluiten wordt er een grote steen voor de ingang gerold. Het graf van Jezus is niet het einde. Het is maar een rustplaats voor eventjes.

 

Ook wij willen graag in U blijven geloven. Wij geloven dat U altijd bij ons bent, ook al zien wij U niet. Zo hoeven we niet meer bang te zijn voor de dood en kunnen we straks voor eeuwig blijven leven in de hemel. Als wij bij U in de hemel zijn, zullen wij U met onze eigen ogen zien. Daar danken wij U voor.